Vaartocht en Vrouwenmiddag 20 juni 2025

Varen op een lege zee....



Het ging dit jaar anders dan anders. Wegens de NAVO-top kon Vlaggetjesdag geen doorgang vinden en ook was onzeker of de vaartocht wel kon doorgaan wegens de beperkingen die aan het varen op zee waren gesteld. Maar gelukkig werd toestemming verkregen om onder voorwaarden naar buiten te gaan. 

Er zou gevaren worden met drie schepen: de Fortuna, Trip junior en de SCH 236 Noordster. De verdeling van zo’n 200 passagiers was al in kannen kruiken. Maar toen bleek op het laatste moment dat de Fortuna door onvoorziene omstandigheden niet beschikbaar was. Voor het eerst in jaren zouden we het zonder dit vertrouwde schip moeten doen! In allerijl werd gezocht naar een ander schip. En dat bleek de Maartje te zijn. Alle passagiers van de Fortuna werden naar deze voormalige kotter en de Trip junior omgeboekt. 

Het gaf wat onzekerheid bij de deelnemers, maar bij het aanmonsteren bleek het geen probleem. Al ver voor het vertrektijdstip van 13.00 uur was iedereen aangemonsterd en zat of stond geprezen aan boord. Nu moesten alleen nog de passagierslijsten, waarvan al een exemplaar naar de Havendienst was gegaan, door de politie worden gecontroleerd. Dat gaf enige vertraging waardoor de schepen rond tien over een van de kant konden. 


De vloot koos in koerslinie zee: eerst de Trip junior (met 92 man), dan de Maartje (44 man) en ten slotte de Noordster (56 man). Er werd in verband met de bewaking van de overigens volstrekt lege zee – op de patrouillerende Zr. Ms. Tromp na – gevaren volgens het door de havendienst voorgeschreven traject oftewel de ‘corridor’. Aan boord was het zoals vanouds een en al gezelligheid, onder het genot van een drankje en een haring. Onder de passagiers werden acht exemplaren verloot van het boek De Boot Vaart! 200 jaar KNRM Scheveningen, dat geschreven werd door Henk Grootveld en Arie Verbaan en op 1 november 2024 verscheen. De exemplaren waren ter beschikking gesteld door de Stichting Van der Toorn: 4 voor de Trip junior, 2 voor de Maartje en 2 voor de Noordster. Aan boord van de Trip junior kreeg Wim Lelieveld (93) namens het bestuur een cadeaubon overhandigd omdat hij van alle meevarende oud-vissers de oudste was. De gebruikelijke demonstratie met de reddingboot Kitty Roosmale Nepveu moest achterwege blijven: ook al vanwege de NAVO-top mocht de boot alleen naar buiten bij een alarm. 


Aan de wal genoten de ruim tachtig oud-vissersvrouwen van de ‘Boetstermiddag’ in het Gouden Kalf. Diverse hapjes en drankjes deden de ronde. Ds. Jan Maasland hield de Boesterkwis die dit jaar uit 25 vragen bestond. Hij kon de felbegeerde Gouden Vrouw uitreiken aan de winnares Annie Roeleveld-Vink.

Ook werd de inmiddels al weer 16e editie gezongen van het traditionele Boesterlied, in Schevenings dialect geschreven door Hendrik de Kleine Hoed en met als titel M’n opoe is onderd eworde op de jaarlijks vaste wijze van My Bonny is over the ocean. Na het afmeren maakte Dick Teske een groepsfoto van alle passagiers die zich daartoe voor de Noordster hadden opgesteld. Zij sloten zich daarna aan bij de boetsters in het Gouden Kalf, waarna nog een vrolijke middag volgde. De collecte die aan boord en in het Gouden Kalf werd gehouden ten bate van de Stichting 236 Noordster terug op Scheveningen en de Vereniging Herdenk Scheveningse Zeelieden (VHSZ) bracht ruim 1.100 euro op. De opbrengst zal, na aftrek van de kosten voor de kranslegging door de SOVV bij het VissersNamenMonument, op een nader te bepalen datum, tijdstip en plaats aan de beide organisaties in contanten worden aangeboden. Een prachtig resultaat van een mooie vaartocht op een zonovergoten dag!


Henk Grootveld, juni 2025


Boesterlied


Melodie: My Bonny is over the Ocean

Tekst: Hendrik De Kleine Hoed



M’n opoe is ‘onderd ‘eworde

M’n opoe is ‘onderd ‘eworde Ze is non al mêr as een êw.

D’r dôsje is gans nog in orde

En z’is nog zo kras as een mêw!


Aering, jae aering,

Daer leeve we van, t’ is ons brôd, jae brôd.

Aering, jae aering,

‘et zullever der zê bracht ons grôt!


Ze ging veule jaere ut naaie

D’r naaimesjien onder d’r narm.

As d’r man in de kou lag te graaie

 Zat zij bij een aar lekker warm!


Aering, jae aering,

Daer leeve we van, t’ is ons brôd, jae brôd.

Aering, jae aering

‘et zullever der zê bracht ons grôt!


Ze zit non al enkele jaere

Verzurgt in et nieuw’t Ûterjôn.

Weg benne d’r naelde en schaere,

En un’aar ‘oudt de boel bè d’r schôn!


Aering, ja aering,

Daer leeve we van, t’ is ons brôd, jae brôd.

Aering, jae aring

‘et zullever der zê bracht ons grôt!