Vaartocht en Vrouwenmiddag 19 juni 2026

Zweten aan zee – Heetste Tocht der Tochten


Historisch drietal uit visserijverleden

De vaartocht en vrouwenmiddag 2026 zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de geschiedenis in gaan als de Heetste Tocht der Tochten.

Alle voorgaande (19) keren was het nog nooit zo warm. Al tijdens het aanmonsteren liep het kwik in ijltempo naar de dertig graden dat bleef zo de hele dag. De drie schepen waarmee werd gevaren lagen geduldig aan de kant in afwachting van de oud-vissers. Het was een mooi historisch drietal met een visserijverleden: de voormalige haringlogger SCH-236 Noordster uit 1950, de Trip Junior, ooit de Katwijkse zijtrawler KW 153 Francina (1957) en de kotter Albatros uit 1963, die in vroeger dagen als viskotter OD 2 van Ouddorp voer. De Noordster was uitbundig gepavoiseerd met seinvlaggen (zoals het van oudsher hoort), de Jagerswimpel, de naamwimpel, de Scheveningse vlag en de sponsorvlaggen. Er stond echter geen zuchtje wind, zodat de vlaggen er wat lusteloos bijhingen – de jagerswimpel zelfs onklaar in het stuurboordwant. 


Aanmonsteren

Na wat huishoudelijke mededelingen door voorzitter Henk Grootveld nam het aanmonsteren even na twaalven een aanvang. De drie monsterteams zaten bij de gangway veilig onder parasols ter bescherming tegen de zon en dat gold ook voor het accordeonisten duo Willy en Wally dat tijdens het inschepen maritieme melodieën ten gehore bracht. Monsterboekjes werden bij het aan boord gaan zorgvuldig gestempeld door de ervaren aanmonsterploegen (Noordster: Henk Grootveld en secretaris Bert van der Toorn; Trip Junior penningmeester Maarten de Graaf en Plony Korving en bij de Albatros Diny Pronk, Coby Schmitz en Jacqueline Toet). Wie nog geen boekje had kreeg er een uitgereikt. Rond één uur gingen de schepen van de kant. De Noordster als ‘Vlaggeschip van Schevening’ voorop, gevolgd door de Trip Junior en de Albatros. Alle drie met in totaal 

zo’n 160 man aan boord. Zij werden enthousiast uitgezwaaid door de oud-vissersvrouwen, die zich daarna voor een gezellige middag terugtrokken in Het Gouden Kalf zodra het laatste schip in De Pijp verdwenen was. Met een paar ferme stoten op de fluit gingen de schepen in kiellinie het zeegat uit. 


Hemelslief weertje

Op zee was het hemelslief weertje en van deining geen sprake, zodat ook de enkeling zonder zeebenen – veelal de sponsorende landlui – zich zonder moeite staande konden houden. Schotels met haring gingen rond en behalve bier, borrel en frisdrank waren er ook vele liters koud water aan boord om de waterhuishouding der varensgezellen op peil te houden. Rond twee uur kwamen de Scheveningse reddingboten Kitty Roosmale Nepveu en Jaap Pronk de schepen praaien om langszij komende een snirs(je) water te geven. Als beloning kreeg de bemanning vanaf de Noordster het gebruikelijke braadje haring overhandigd. 

De onderlinge gesprekken gingen als gebruikelijk veelal over vroeger, vooral onder de oud-vissers die zich konden beDe onderlinge gesprekken gingen aroepen op een echte Scheveningse bijnaam, zoals ‘De Koekeroe’ (Schaap) of ‘De Kol’ (Spaans). Verder waren er op zee weer mooie taferelen en vergezichten. De Trip junior voer met haar Caterpillar motor van 855 PK in volle kracht de Noordster (ook Caterpillar maar dan ca. 630 PK) voorbij, alsof zij wilde laten zien dat zij de Noordster te baas was. Er werd gevaren langs een roestende ankerligger die wel een verfje kon gebruiken, maar waarvan de wachtslui niettemin enthousiast zwaaiden, en de schepen boden een prachtig zicht op Scheveningen Bad en Stille Strand. Een altijd weer treffend contrast tussen de versteende zeereep en de ongerepte duinen. 


Een diploma, een quiz en een lied

De vissersvrouwen werden ondertussen in en op het terras van Het Gouden Kalf onthaald op een ‘bakje met een dingetje’ – oftewel koffie met taart – gevolgd door een mooi evenwichtig assortiment aan dranken, variërend van pro secco, via wijn tot advocaat. Bij binnenkomst hadden ze allemaal een op naam gesteld en gedateerd ‘boetsterdiploma’ gekregen, dat een variant is op het monsterboekje zoals de oud-vissers dat hebben.

Onder het genot van de hapjes en drankjes werden zij op hun kennis over Scheveningen en het dialect beproefd met de gebruikelijke boetsterquiz, die werd gehouden door het quizmasterteam Jan Maasland, Charlotte van der Leest en Marie-Anne van der Toorn. Met grote vaardigheid werden de vragen – al dan niet in de vorm van een stelling – gesteld en waarop werd gestemd met het opsteken van een rode kaart indien fout, dan wel een groene als de stelling juist was. Woorden uit het Schevenings dialect passeerden de revue zoals wat is een ‘klauwbuk’ of een ‘preevelaer’, maar ook ‘weetjes’ zoals door wie de vernieuwde buitenhaven in 1971 werd geopend of wie Adriaan Coenen was. Coby Schmitz-Grootveld kwam als beste uit de bus en kreeg uit handen van Jan Maasland en Charlotte van der Leest de felbegeerde Gouden Vrouw – een goud gespoten miniatuur van het bronzen beeld van De Scheveningse Vissersvrouw die op de boulevard uitkijkt over zee.


Vervolgens werd het tijd voor het zingen van het Boetsterlied. Dit jaar was het de 18e editie onder de titel De ‘aeve lee ôit vol met kantjies, bestaande uit drie coupletten op z’n Schevenings geschreven door zekere Hendrik Havenaar op de melodie van My Bonny is over the Ocean. Luid tjûlend klonken de Scheveningse klanken vanonder het schaduwdoek op het terras over de kade. 


Groepsfoto

Rond half vier kwamen de schepen weer achter elkaar binnen. De oud-vissers gingen van boord na in het daarvoor bestemde tonnetje een gift te hebben gedoneerd voor de jaarlijkse kranslegging bij het VissersNamenMonument en de instandhouding van de gerestaureerde Noordster. Ook onder de vrouwen in Het Gouden Kalf was een tonnetje voor hetzelfde doel rondgegaan. Daarna verzamelden alle opvarenden zich voor de Noordster op de kade voor de traditionele groepsfoto. Dick Teske stond ook dit jaar weer paraat en maakte vanaf het keukentrapje – zonder dat doet hij het niet… -- twee foto’s: eerst een van de oud-vissers en een tweede aangevuld met enige vrouwen in klederdracht opdat ook de buitenstaander zou kunnen zien dat het allemaal op Scheveningen gebeurde. Dick Teske maakte er mooie plaatjes van, geheel argeloos en zich er totaal nog niet van bewust dat hij de volgende dag tijdens de opening van Vlaggetjesdag ten overstaan van een groot publiek de Gouden Haring zou krijgen voor zijn meer dan 25 jaar fotograferen op Scheveningen. Na het maken van de foto voegden de oud-vissers zich bij de vissersvrouwen in Het Gouden Kalf en volgde nog een gezellig samenzijn. De vaartocht en vrouwenmiddag 2026 was weer een groot succes. Er klonken veel woorden van dank aan de Stichting Scheveningse Oud-Vissers & Visserij die het allemaal organiseerde. 


Henk Grootveld, juni 2026


Boesterlied 2026


De ‘aevelee ôitvol met kantjies


Melodie: My Bonny is over the ocean

Tekst: Hendrik Havenaar


De ‘aevelee ôitvol met kantjies

De loggers die kwammeen gaen

De mart a een kwak gosiejantjies

De sleep die a mêras ienkraen.


Refrein: Aering, jaeaering,

Daerleevewe van, ’t is ons brôdjaebrôd.

Aering, jaeaering,

‘et zulverder zêbracht ons grôt!


De vleetvisserij ging verdwêne

De urrevewiere’n‘eslôpt

D’r ging dierenieuwbouw verschêne

De visserman raekt’ op’estrôpt.


Refrein: Aering, jaeaering,

Daerleevewe van, ’t is ons brôd, jaebrôd.

Aering, jaeaering,

‘et zulverder zêbracht ons grôt!


We blêvegelukkeg nog vaere

Met d’oudvissers van Schevening

As w’elkjaerdaervoorblêvespaere

Blêftienen al vol zegening!


Refrein: Aering, jaeaering,

Daerleevewe van, ’t is ons brôd, jaebrôd.

Aering, jaeaering,

‘et zulverder zêbracht ons grôt!